Is er in de toekomst nog voldoende drinkwater en voldoet dit dan nog aan de vereiste kwaliteit? Het zijn vragen die onderzoekers al jaren bezig houden. Ook Saxion denkt mee in dit proces. Onderzoekers en studenten van het lectoraat International Water Technology werken samen met een aantal partners samen in het EFRO-project NanoX. Daarin wordt onderzocht hoe gezuiverd afvalwater hergebruikt kan worden als directe bron voor drinkwater.

Het drinkwater in Nederland is van hoge kwaliteit. Toch komen er door een verandering van ons consumptiegedrag steeds meer vervuilende stoffen in het water terecht. Voorbeelden zijn medicijnresten, nanodeeltjes en microplastics. “Dat zijn nieuwe stoffen die onderdeel uitmaken van ons consumptiepatroon”, legt Harry Futselaar, lector International Water Technology aan Saxion, uit. “Deze stoffen vinden we steeds vaker terug in ons rioolwater. Veel van de huidige rioolwaterzuiveringen dateren uit de periode tussen de jaren 60 en 90. Zij zijn ingericht om organisch materiaal, ammonium en fosfaten uit het water te zuiveren, maar niet deze nieuwe afvalstoffen. Het gevolg is dat deze stoffen in het water blijven zitten, zodra dit na zuivering wordt geloosd op het oppervlaktewater. Dit water vormt de bron voor ons drinkwater, waardoor al die stoffen opnieuw bij ons uit de kraan komen. De stoffen accumuleren, waardoor de concentraties steeds hoger worden.”

Een creditcard per week

Stukjes plastic, hoe klein ook, in ons drinkwater. Dat klinkt als een foute boel. Helemaal als je bedenkt dat Australisch onderzoek enkele jaren geleden heeft aangetoond dat we ongeveer één creditcard aan plastic binnenkrijgen in een week. Dat kan niet gezond zijn. Futselaar benadrukt echter dat het Nederlandse drinkwater nog volstrekt veilig is om te nuttigen. “Het gaat om lage concentraties. Maar als we er nu niets aan doen, dan hebben we over tien of twintig jaar wel een probleem. Dan worden de concentraties zo hoog dat het schadelijk wordt. Het is dus zaak om hierop nu voor te sorteren.” Het gaat om lage concentraties. Maar als we er nu niets aan doen, dan hebben we over tien of twintig jaar wel een probleem. Dan worden de concentraties zo hoog dat het schadelijk wordt. Het is dus zaak om hierop nu voor te sorteren.

NanoX

In het project NanoX, dat mede mogelijk gemaakt wordt door een financiële bijdrage uit het operationeel programma EFRO Oost-Nederland, wordt daarom onderzoek gedaan naar het direct hergebruik van afvalwater. Saxion is een van de partners in het project, waarin het samenwerkt met NX Filtration, Jotem Waterbehandeling, Van Remmen UV en Demcon Optiqua. Op het gebied van hergebruik van afvalwater zijn de betrokken partijen al behoorlijk ver. “In een eerder project gefinancierd vanuit het INTERREG-programma hebben we bewezen dat we met de inzet van nanofiltratie-membranen drinkbaar water kunnen maken uit afvalwater. Technisch en economisch gezien was dat een succes, maar uit de Life Cycle Assessment (LCA) bleek dat het niet toekomstgericht was, omdat er tijdens het proces teveel afvalstoffen werden gemaakt. In dit nieuwe project gaan we daarom een stap verder. Ook hier gebruiken we nanofiltratie, dat haalt de hoofdmoot aan schadelijke stoffen uit het afvalwater. Maar voor de laatste stap voegen we een behandeling met UV-licht toe. Dit concept heeft veel minder energie nodig en levert een beperktere en gemakkelijker te verwerken concentraat op, waardoor de kosten beperkt blijven. Het heeft daardoor een lage CO2-footprint.”

Rol Saxion

Het EFRO-project NanoX heeft een looptijd van drie jaar. De studenten en onderzoekers van Saxion zijn in het project onder andere verantwoordelijk voor de Life Cycle Assessment. “We onderzoeken de impact van deze nieuwe technologie. We kijken naar de kosten, maar ook naar wat het project oplevert op het gebied van circulariteit, de totale waardeketen. Om uit verschillende bronnen schoon drinkwater te krijgen heb je naast scheidingstechnieken ook bepaalde chemicaliën nodig. Verder produceert elk scheidingsproces bijproducten en afvalstromen die ook weer verwerkt moeten worden. Uiteindelijk komen de kosten voor deze hulpstoffen en aanvullende verwerkingsprocessen terug in de prijs die de consument betaalt. Het liefst maken we daarom gebruik van zo min mogelijk chemicaliën.”

Het volledige artikel vind je op Saxion.nl