De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de totale CO2 uitstoot. Volgens de Klimaatmonitor Databank is in gemeenten ongeveer de helft van de totale CO2 uitstoot toe te schrijven aan de gebouwde omgeving.

Andere grote bronnen binnen gemeentes zijn mobiliteit (10 – 20%) en industrie (eveneens 10 – 20%). Het vaststellen van de totale CO2-uitstoot op gemeentelijk niveau is erg lastig.  Dat geldt vooral als het gaat om mobiliteit en grote industrieën die rechtstreeks op het hoogspanningsnet zijn aangesloten. De gegevens over CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving komen tot stand op basis van gegevens van de regionale netbeheerders Liander en Enexis. Deze zijn redelijk betrouwbaar en compleet als het gaat om woningen, publieke dienstverlening en commerciële dienstverlening. Er is in de grafieken op deze pagina gebruik gemaakt van de berekeningen van de Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat, waarin naast de uitstoot van de gebouwde omgeving ook landbouw, mobiliteit en industrie zijn meegenomen.De berekeningsmethode is de zogenaamde "verbruiksbenadering", wat betekent dat de CO2 uitstoot is toegerekend aan de eindverbruiker die de energie verbruikt, en niet naar de plek waar deze echt wordt uitgestoten (namelijk op de plek waar de energiecentrale staat). Dit levert met name een verschil op het gebied van electriciteit. Als de "bronbenadering" zou worden gebruikt, komt de Cleantech Regio lager uit in de totale uitstoot, omdat er geen op fossiele brandstoffen gebaseerde electriciteitscentrale in de regio staat. Wel wordt in de verbruiksbenadering rekening gehouden met het verbruik in de regio van de hoeveelheid duurzaam opgewekte electriciteit.

Er is voor gekozen om op deze pagina een onderscheid te maken tussen de totale bekende CO2 uitstoot en die minus het verkeer op de autowegen en autosnelwegen. Dat is gedaan omdat op deze wegen doorgaans veel interregionaal verkeer rijdt, waar de regio qua beleid niet veel invloed op heeft. De uitstoot van dit verkeer kan echter in sommige gemeentes zeer aanzienlijk zijn en soms te verwaarlozen.

Bron: Klimaatmonitor

Bron: Klimaatmonitor

In onderstaande tabel is de invloed van het verkeer op de autowegen en autosnelwegen op de CO2 uitstoot per gemeente te zien als percentage. Voor de gemeentes Heerde en Voorst zorgt het verkeer op repsectievelijk de A50 en A1 voor ongeveer 30% van de totale CO2 uitstoot in de gemeente. In de gemeente Zutphen zonder autowegen en autosnelwegen is dit percentage daarom 0.

Invloed van het wegverkeer op de auto(snel)wegen op de totale CO2 uitstoot per gemeente in de Cleantech Regio in 2019
Apeldoorn Brummen Deventer Epe Heerde Lochem Voorst Zutphen
25.1%

0.8%

19.3%

23.8%

30.8%

3.9%

29.0%

0.0%

Bron: Klimaatmonitor (bewerking door Saxion)

De uitstoot van CO2 in de Cleantech Regio neemt langzaam af. Wanneer ingezoomd wordt op de verschillende gemeentes, dan valt de hogere gemiddelde uitstoot per persoon in de gemeente Brummen op. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt door de daar aanwezige papierindustrie, die een grootverbruiker van energie is. Wat ook zichtbaar wordt in de grafiek, is dat de vermindering van de uitstoot van de Cleantech-regio in totaal vooral door de afname in de gemeentes Apeldoorn en Deventer wordt veroorzaakt. Uit de onderstaande grafieken blijkt verder dat de uitstoot van CO2 in 2019 op 87% van het niveau van het referentiejaar 1990 ligt. Dat is een forse vermindering ten opzichte van het piekjaar 2000 (niet in de grafiek), toen het CO2 uitstoot percentage op 121% van 1990 lag. De lichte stijging van de CO2 uitstoot rond 2016 is bijna volledig te verklaren door een nieuwe berekeningssystematiek, waarin vooral de papierindustrie in de gemeente Brummen zwaarder meetelt. De eerder ingezette daling van de CO2 uitstoot lijkt in de laatste jaren weer verder door te zetten.

Bron: Databank Klimaatmonitor

Bron: Databank Klimaatmonitor

Bron: Klimaatmonitor

Bron: Klimaatmonitor